ZWEIGELT

Blauer zweigelt, Zweigeltrebe blau, Rotburger

DE MAN

Friedrich (Fritz voor zijn vrienden) Zweigelt is geboren op 13 januari 1888 in het dorpje Hitzendorf bij Graz. In 1911 behaalde hij zijn doctoraat in natuurwetenschappen aan de universiteit van Graz, waar hij assistent werd aan het “Pflanzenphysiologischen Institut”. Zweigelt studeerde verder aan de Wiener Universität für Bodenkultur.

In 1912 trad hij in dienst bij de eerste en oudste wijnbouwschool van de wereld, het in 1860 opgerichte “K.u.K. Höheren Lehr- und Versuchsanstalt für Wein- und Obstbau Klosterneuburg” (Keizer- en Koninklijke Hogere Leer- en Onderzoeksinstelling voor Wijn- en Fruitbouw Klosterneuburg) bij Wenen. In 1921 richtte hij samen met Paul Steingruber en Franz Voboril het “Bundesrebenzüchtungsstation” op, het “Bondsdruivenkweekstation”. Niet meer K.u.K., want Oostenrijk was inmiddels een republiek geworden. Hier werd gezocht naar nieuwe variëteiten die een betere resistentie tegen druivenziekten hadden en een grotere, of betere, opbrengst zouden geven. Onder de eerste kruisingen (ex 1921) was een zaailing met het nummer 71, een kruising van de in Oostenrijk inheemse soorten St.Laurent en Blaufränkisch, die al vroeg veelbelovend leek. In 1922 kruiste Zweigelt met succes Welschriesling met Orangentraube (een wilde variëteit), en een jaar later Blauer Portugieser met Blaufränkisch. De nieuwe soorten zouden in 1978 resp. als “Rotburger”, “Goldburger” en “Blauburger” in de Oostenrijkse Rebsortenverzeichnis für Qualitätsweine zouden worden opgenomen.

In 1922 kruiste Fritz Zweigelt ook de witte Veltliner Fruehrot met Grauer Portugieser, waaruit een soort ontstond die in 1960, bij het 100-jarig jubileum van het instituut, werd gepresenteerd als “Jubiläumsrebe”. De soort wordt nauwelijks nog verbouwd.

Zweigelt
Fritz Zweigelt (1888 – 1964)

De reputatie van Zweigelt, sinds 1929 ook hoofdredacteur van het tijdschrift “Das Weinland; Zeitschrift für Kellertechnik und Weinbau”, steeg al snel tot die van meest eminente wijnbouwexpert van Oostenrijk, ook internationaal. Samen met vaklieden uit heel Europa zette hij zich sinds de late jaren ’20 in voor het bevorderen van de kwaliteit in de wijnbouw en het indammen van het verbouwen van de zgn. Direktträger; wijnstokken die niet geënt zijn, maar groeien op hun eigen wortels. Vrijwel alle Europese wijnstokken zijn veredelingen sinds de druifluis (Phylloxera) epidemie in de 19de eeuw vrijwel de hele Europese wijnbouw te gronde richtte. Door het enten op Amerikaanse -voor de druifluis resistente- soorten konden de Europese variëteiten behouden worden. Zijn monumentale boek hierover, “Die Direktträger”, geschreven in samenwerking met Albert Stummer, geldt tot op de dag van vandaag als een standaardwerk.

Vanaf 1933 kleurt het decor onheilspellend bruin rond Fritz. Zweigelt wordt lid van de Oostenrijkse tak van de NSDAP, de Duitse Nationaal-Socialistische partij, die destijds in Oostenrijk verboden was. Hij deelde folders uit van de “Hakenkreuzler”, ondernam “pelgrimstochten” naar swastikavlaggen, waarvoor hij “in ontzag en ontroering” verstijft. Als in 1938 Oostenrijk ophoudt te bestaan, springt zijn hart op: “De boze droom werd verjaagd door de dreunende voetstappen van Duitse soldaten. De Joodse speculatieve geest is voor altijd de grond ontnomen.” In een beoordeling verklaart het Gaupersonalamt (het bureau van het nieuwe nazistische “provinciebestuur”): “(Zweigelt) ..was al in de Systemzeit (de tijd vóór de Anschluss) een fervent aanhanger van onze beweging en heeft ook zijn zoon in de nationale zin opgevoed.” Zweigelt wordt aangesteld als directeur van het Instituut Klosterneuburg.

Meteen na zijn aantreden gaf de kersverse Herr Direktor niet minder dan 45 van de leraren hun congé. Vanaf nu heerste in het instituut een nieuwe geest: “Der Wille des Führers ist uns heiliges Gebot. In ihm wuchtet der Willen eines einigen und mächtigen Volkes” (De wil van de Führer is ons heilige Gebod. Hij torst de wil van een verenigd en machtig volk), zo klonk het vanuit de directiekamer. Hij deed wat van schooldirecteuren werd verlangt: hij liet hakenkruisvlaggen hijsen, sloot joden uit van het onderricht en weerde leerlingen met een of meer joodse grootouders. Toen in 1940 bleek dat een van zijn leerlingen in verbinding stond met de Katholieke verzetsgroep rond de priester Roman Scholz greep hij hard in.

Het was vrij onschuldig wat leerling Josef Bauer had uitgedacht: hij wilde samen met andere jongens de “Hitler-Eik” beschadigen. Niet met een zaag, maar met pesticiden, “om hem van binnenuit tot afsterven te brengen”. Hoewel Bauer door zijn leraren een “grote streber en goede leerling” werd genoemd, en gepleit werd om in ieder geval het onderzoek van de Gestapo af te wachten, stuurde Zweigelt hem per direct heen. De jonge man zou de 32 maanden die de oorlog nog zou duren in de gevangenis doorbrengen.

Na de val van het Derde Rijk werd Zweigelt gearresteerd en opgesloten in het Anhaltelager (detentiekamp) Klosterneuburg. Hier speelde hij de rol van de misleide idealist. Niemand trapte er in: de voormalige Herr Direktor werd aangeklaagd wegens “volksophitsing”. De strafzaak tegen Zweigelt werd vanaf 1948 door Bondspresident Karl Renner (SPÖ) op het pad der genade gerangeerd. In openbare dienst keerde de “minderbelastete” wetenschapper echter niet meer terug. Zijn levensavond bracht Fritz door in Graz, waar hij stierf op 18 september 1964. Hij ligt begraven op het St. Peter Stadtfriedhof.

Sinds 2002 kwam de organisatie van een regionale wijnproeverij in Kamptal op het idee om een jaarlijkse Fritz Zweigelt-prijs toe te kennen aan een wijnmakerij. De prijs werd in 2016, na een storm van kritiek, weer afgeschaft.

DE DRUIF

Nadat Zweigelt’s langjarige medewerkers Paul Steingruber en Leopold Müller na de oorlog de druivenkwekerij van Klosterneuburg nieuw leven in hadden geblazen, bleek kruising nr. 71 ex 1921, die van St. Laurent x Blaufränkisch, met kop en schouders boven de andere probeersels uit te steken: “pracht, kleur, smaak en reuk uitstekend, een zeer fraaie type rode wijn”. Het was in de eerste plaats aan Zweigelt’s leerling en bewonderaar Lenz Moser (1905 – 1978) te danken dat de wijnstok de populariteit kreeg die hij nu heeft. Hij vermeerderde het materiaal in zijn kwekerij en bracht het plantgoed vanaf 1960 in de verkoop.

Zweigelt
Blauer Zweigelt

Foto: Ursula Brühl, Julius Kühn-Institut (JKI) Bundesforschungsinstitut für Kulturpflanzen Institut für Rebenzüchtung Geilweilerhof – 76833 Siebeldingen – GERMANY

Zweigelt stelt niet erg veel eisen aan de bodem en is erg goed bestendig tegen wintervorst. Op diepe, voedselrijke bodems levert het ras zeer hoge en regelmatige opbrengsten. Vanwege zijn groeikracht heeft de wijnstok intensief loofwerk en opbrengstregulatie nodig. De druif heeft ook mindere kanten: hij is gevoelig voor botrytis en de bessen hebben de neiging om ongelijkmatig te rijpen. Tegen het einde van de vorige eeuw bleek de stam ook gevoelig te zijn voor Stolbur-fytoplasma, een bacterie die het weefsel van de plant aantast. Een nieuwe ziekte verscheen in de jaren negentig, beginnend in het noorden van Burgenland, waarbij de druiven verwelken in de rijpingsfase (ook wel “Zweigeltziekte” genoemd). De nadelen wegen echter niet op tegen de voordelen. De wijnstok is in staat om zowel grote opbrengsten als bessen van grote kwaliteit te produceren, en is uitermate geschikt voor het klimaat in Centraal-Europa, getuige ook de almaar toenemende populariteit van de druif in de buurlanden Tsjechië, Slowakije en Hongarije. In Oostenrijk is de variëteit vooral te vinden in het wijnbouwgebied Neusiedlersee en in de oostelijke wijnbouwgebieden van Neder-Oostenrijk. In 2017 besloeg Zweigelt in Oostenrijk al bijna 14% van het totale areaal. Hij is de meest verbouwde rode wijnvariëteit, vóór de Blaufränkisch, die zijn koppositie in het land heeft moeten inleveren. In Duitsland wordt zweigelt voornamelijk verbouwd in Württemberg, Saale-Unstrut en Franken.

DE WIJN

De Oostenrijkse traditie van kwaliteits-rode wijn is erg jong. Pas na de jaren ‘80 jaren boekten de eerste pioniers serieuze successen in rode wijn. Tot op dat moment ging het alleen om een zo hoog mogelijke opbrengst per ha. Als het om wijn ging werd er in de meeste Wirtshäuser destijds alleen onderscheid gemaakt tussen wit en rood. Alleen de herkomst werd met krijt op een bord geschreven, en ook dat maar sporadisch. Zweigelt was destijds populair vanwege zijn hoge opbrengst. Nog in de 1960er en 1970er jaren gold de wijn als massadrank. Niemand was op het idee gekomen om er wat anders van te maken dan sloeber van de toog. Op één na, die ook in andere opzichten het kwaliteitsniveau van de Oostenrijkse wijnen opschroefde: Anton Kollwentz uit Großhöflein, die al in 1966 de zweigelt bottelde als enkele raswijn. Het zou nog een hele tijd duren voor anderen zijn voorbeeld gingen volgen.

Vanaf de jaren ‘80 begonnen de bemoeienissen om het grote potentieel van de druif om kwaliteitswijnen te produceren te benutten serieuze vormen aan te nemen. Enkele wijnbouwers creëerden enkelsoortige zweigelt wijnen, maar meer en meer werden de druiven van hoge kwaliteit gebruikt om samen met andere druiven te versnijden in fraaie, klassieke premium cuvées.

De kwaliteitswijnen die van zweigelt worden gemaakt zijn elegant, rijk en fruitig en hebben een paarsrode kleur. Het bouquet bevat vaak vanille-aroma’s en zachte tannines in de afdronk, jong met een karakteristiek zuur kersenaroma. Als de opbrengst te hoog is, worden de wijnen dun, lichtrood van kleur en onharmonisch van smaak.

DE NAAM

Lenz Moser was niet alleen degene die de zweigelt voor de vergetelheid heeft behoed; hij was het ook die voorstelde de nieuwe soort naar zijn kweker te noemen. Zweigelt schrijft hem in 1956: “Zonder jou zou deze rode wijndruif nauwelijks nog aandacht krijgen. De kleine geesten, die nog steeds van haat leven, zouden het niet graag zien dat ik misschien eens in de wijngaard op een tafel als Zweigelttraube een feestelijke heropstanding vier.” De officiële benaming, “Zweigeltrebe blau”, verschijnt in 1972 op in de nieuwe lijst van druivensoorten voor kwaliteitswijnen. In 1978 werd de soortnaam veranderd in “Blauer Zweigelt”. Tegelijkertijd werd op verzoek van het HBLA Klosterneuburg het synoniem “Rotburger” ingeschreven. Daarmee zou de gemeenschappelijke herkomst met de (hierboven genoemde) Goldburger en Blauburger duidelijk gemaakt worden. De naam Rotburger wordt door enkele wijnmakers nog gebruikt op het etiket, maar de meeste producenten gebruiken de inmiddels veel bekendere naam zweigelt.

Door het “Institut ohne direkte Eigenschaften”, een collectief van “AktivistInnen uit het alternatieve politieke, sociaal innovatieve en avant-gardistisch kunstzinnig gebied” (aldus de website van de club) werd in 2019, zinspelend op het verleden van Fritz Zweigelt, voorgesteld om de “Blauer Zweigelt” om te dopen in “Blauer Montag”. Het was bedoeld als ludieke actie, maar werd onverwacht internationaal opgepikt. Dat de wijn werkelijk zal worden omgedoopt tot “Blauer Montag” of zelfs maar tot “Rotburger” lijkt kansloos. Thomas Leitner, Wijnboer uit Langenlois en achter- achterkleinzoon van Zweigelt, verwoordt wat de meeste Oostenrijkse wijnboeren denken: “Uit economisch opzicht zou de herbenaming van zweigelt een catastrofe zijn. In heel Noord-Amerika, in Japan en in Europa, overal drinken de mensen graag zweigelt. Wanneer dan een bestelling van een klant komt en we zeggen, er is geen zweigelt meer, dan zou ons dat 10 tot 15 jaar achteruit zetten.”

Het slotwoord laten we aan de wijnboeren, voor wie het dilemma van de naam het zwaarste weegt:

“Dr. Zweigelt was een succesvol wetenschapper par excellence, maar hij viel in een ongelukkige historische periode, die voor zijn onderzoeksresultaten zeer belastend waren. Een Oostenrijkse wetenschapper met een typisch Oostenrijks lot.” (Hans Cerny, Fels am Wagram)

“…een zeer twijfelachtige politieke houding, die ondanks alle waardering voor zijn kweeksucces keer op keer moet worden vermeld.” (H.P. Göbel, Wien – Stammersdorf)

“Als druivenkweker behaalde hij een groot succes met de naar hem vernoemde druivensoort, die het in zeer korte tijd tot de belangrijkste rode wijnvariëteit in Oostenrijk maakte en verspreidde in de buurlanden. Men moet niet vergeten dat de heer Prof. Fritz Zweigelt een fervent NAZI was en ook na de oorlog zijn overtuiging niet veranderde. Het is bekend dat hij een van zijn studenten heeft overgedragen aan de GESTAPO. Dit toont aan dat zijn karakter, in tegenstelling tot dat van zijn fantastische, fruitige rode wijnvariëteit, zeer miezerig was. Er is dus geen reden om de persoon Zweigelt te verheerlijken. Hij was een miserabel mens die (met de hulp van zijn medewerkers, die zelden worden genoemd) erin slaagde een geweldige wijnstok te kweken. We moeten dus de variëteit waarderen en de persoon vergeten!” (Ing. Hermann Detz, Poysdorf)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *